Verantwoording
Begrippen en afkortingen

Begrippen en afkortingen

Armoede

Armoede
Er is sprake van armoede wanneer iemand gedurende een langere tijd niet de middelen heeft om te kunnen beschikken over de goederen en voorzieningen die in zijn samenleving als minimaal noodzakelijk gelden. Er is onvoldoende geld voor bijvoorbeeld voeding, een goede woning of kleding. Het SCP ziet armoede als een absoluut tekort, dat objectief kan worden bepaald op basis van de beschikbare middelen. Als een persoon wel de middelen heeft, maar ervoor kiest het geld aan andere zaken te besteden, is er geen sprake van armoede. (SCP, 2016)
Diverse maten armoede
Armoede is absoluut wanneer mensen niet in staat zijn met hun inkomen een minimale levensstandaard te behalen. Er is onvoldoende geld voor bijvoorbeeld voeding, een goede woning of kleding. In ontwikkelingslanden gaat het om een levensstandaard waaronder het fysieke bestaan wordt bedreigd; in Nederland en andere westerse samenlevingen ligt die grens gewoonlijk hoger. De absolute definitie van armoede kijkt alleen naar de eigen situatie van mensen. Of iemand als ‘arm’ telt hangt alleen af van zijn eigen budget. Er vindt geen vergelijking plaats met het inkomen van een bepaalde referentiegroep. (SCP, 2016)
Objectief
‘Objectief’ betekent dat de hoogte van de armoedegrens niet afhangt van de manier waarop mensen hun situatie ervaren. De norm is ‘extern’ gedefinieerd, door wetenschappers en budgetdeskundigen. Het SCP baseert zijn armoedegrens op een lijst met minimaal noodzakelijke goederen en voorzieningen. Het Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting (Nibud) heeft die lijst samengesteld op grond van wetenschappelijk onderzoek en meningen van deskundigen. De prijzen van de goederen en voorzieningen geven samen het budget dat minimaal noodzakelijk is om in het levensonderhoud te voorzien. (SCP, 2016)
Wanneer is iemand arm?
Volgens de definitie hangt dat af van wat er in de eigen samenleving op een gegeven moment als minimaal noodzakelijk geldt. Dit betekent dat armoede in Nederland niet te vergelijken is met armoede in landen waar hongersnood en droogte heersen. Ook is armoede in het Nederland van nu heel wat anders dan armoede in het Nederland van net na de Tweede Wereldoorlog. De huidige maatschappij verschilt nu eenmaal van die van zeventig jaar geleden. Toen golden er heel andere normen voor wat minimaal noodzakelijke uitgaven zijn. (SCP, 2016)

Demografie

Arbeidsongeschikten
Personen die een arbeidsongeschiktheidsuitkering ontvangen op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO), de Wet Arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen (WAZ), de Wet werk en Inkomen naar arbeidsvermogen (WIA), de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (Wajong) en de Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten (wet Wajong). Cijfers berekend over alle mensen tussen de 25 en 65 jaar.
Autochtoon
Persoon van wie beide ouders in Nederland zijn geboren, ongeacht het land waar men zelf is geboren.
HAVO
Hoger algemeen voortgezet onderwijs
Herkomstgroepering
Kenmerk dat weergeeft met welk land een persoon verbonden is op basis van het geboorteland van de ouders of van zichzelf.
Hoog opgeleid
Hoger beroepsonderwijs (HBO) of wetenschappelijk onderwijs (WO) als hoogst afgeronde opleiding.
Niet-westers allochtoon
Persoon van wie ten minste één ouder in een niet-westers herkomstland is geboren. Tot de niet-westerse herkomstlanden worden gerekend: Turkije en alle landen in Afrika, Latijns-Amerika en Azië (met uitzondering van Japan en Indonesië).
Ontvangers van bijstandsuitkering
Personen die een bijstandsuitkering op grond van de Wet werk en bijstand (WWB, tot 1 januari 2015) of de Participatiewet (vanaf 1 januari 2015) ontvangen. Cijfers berekend over alle mensen tussen de 18 en 65 jaar.
Sociaal minimum
Het wettelijk bestaansminimum zoals dat in de politieke besluitvorming is vastgesteld. Om te kunnen beoordelen hoe het inkomen van een huishouden zich verhoudt tot het minimum, moet aan de hand van de regelgeving worden vastgesteld welke norm voor het desbetreffende huishouden van toepassing is. De norm voor een (echt)paar met uitsluitend minderjarige kinderen is bijvoorbeeld gelijkgesteld aan de bijstandsuitkering van een echtpaar, aangevuld met de (leeftijdsafhankelijke) kinderbijslag. Bij 65-plussers is het bedrag aan AOW-pensioen als norm gekozen. Bij de bepaling van het sociaal minimum zijn studentenhuishoudens en huishoudens met een onvolledig jaarinkomen niet meegenomen.
VMBO
Voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs
VWO
Voorbereidend wetenschappelijk onderwijs
Westers allochtoon
Persoon van wie ten minste één ouder in een westers herkomstland is geboren. Tot de westerse herkomstlanden worden gerekend: Japan, Indonesië, en alle landen in Europa (exclusief Turkije), Noord-Amerika, en Oceanië.

Gezondheid

ADHD (Attention Deficit Hyperactivity Disorder)
Dit is een benaming voor een cluster van symptomen. Kenmerkend zijn impulsief gedrag, concentratieproblemen, rusteloosheid en leermoeilijkheden. De symptomen zijn al aanwezig in de kindertijd en werken veelal belemmerend bij het dagelijks maatschappelijk functioneren.
Anorexia
Eetstoornis waarbij iemand een vervormd beeld van het eigen lichaam heeft en een grote angst heeft om dik te worden.
Boulimia
Eetstoornis waarbij eetbuien worden afgewisseld met handelingen om gewichtstoename te verhinderen (braken, laxeermiddelen, extreem bewegen, vasten).
Chronische aandoening
Een kwaal of ziekte die lange tijd (meer dan 6 maanden) voortduurt, en niet (volledig) te genezen is. Deze aandoening kan lichamelijk en psychisch zijn. Chronische aandoeningen kunnen over het algemeen niet door vaccins worden verhinderd of door medicijnen worden genezen. Evenmin verdwijnen zij automatisch.
Chronische aandoeningen bij jeugd
Irreversibele aandoeningen zonder uitzicht op volledig herstel, met een relatief lange ziekteduur en een langdurig beroep op de zorg. Een ziekte wordt beschouwd als chronische ziekte bij kinderen als deze (nog) niet te genezen is of, voor psychische ziekten, niet behandelbaar is. Bovendien duurt de ziekte langer dan drie maanden of is in het afgelopen jaar vaker dan drie keer voorgekomen en zal vermoedelijk weer voorkomen. In het kader van de Gezondheidsmonitor Jeugd worden onder chronische aandoeningen verstaan: astma, chronische vermoeidheid, diabetes mellitus, eczeem, buikklachten, migraine, aangeboren hartaandoeningen, ADHD, kanker en depressie.
Diabetes mellitus
Ofwel suikerziekte, is een chronische stofwisselingsziekte die gepaard gaat met een te hoog glucosegehalte in het bloed. Bij diabetes mellitus is het lichaam niet meer in staat om glucose goed te verwerken. Dat komt omdat er te weinig of geen insuline wordt aangemaakt of omdat het lichaam ongevoelig is geworden voor de insuline. Insuline is nodig voor het transport van glucose uit het bloed naar de lichaamsweefsels. Bij geen of onvoldoende insuline heeft het lichaam moeite om de glucose uit het bloed te krijgen en stijgen de bloedglucosewaarden. Hierdoor ontstaan allerlei klachten en complicaties.
Eenzaamheid
Eenzaamheid is een negatieve situatie, gekenmerkt door gemis en teleurstelling. Het is de uitkomst van een persoonlijke waardering van een situatie waarin iemand zijn bestaande relaties afweegt tegen zijn eigen wensen of verwachtingen ten aanzien van relaties. Eenzaamheid is dus een persoonlijke, subjectieve ervaring. Gevoelens van eenzaamheid hebben vooral betrekking op gebreken in de kwaliteit van relaties. Maar iemand kan zich ook eenzaam voelen doordat het aantal contacten lager is dan gewenst. (Van Tilburg & De Jong-Gierveld, 2007).
Emotionele eenzaamheid
Emotionele eenzaamheid treedt op als iemand een hechte, intieme band mist met één of meerdere personen.
Ervaren gezondheid
Ervaren gezondheid, ook wel subjectieve gezondheid of gezondheidsbeleving genoemd, weerspiegelt het oordeel over de eigen gezondheid. Ervaren gezondheid is een samenvattende gezondheidsmaat van alle relevante gezondheidsaspecten voor de persoon in kwestie, en hebben vaak betrekking op zowel de lichamelijke als de geestelijke gezondheid. Voorbeelden zijn ziekten, lichamelijke beperkingen en handicaps, fitheid, vermoeidheid en depressieve gevoelens. Ook leefstijlfactoren, zoals voeding, roken en lichamelijke activiteit kunnen het oordeel over de eigen gezondheid mede bepalen: 'Ik wandel iedere dag, dus ik ben gezond' (Volksgezondheidenzorg.info, z.d.).
Gehoorbeperking
Grote moeite met of niet in staat zijn een gesprek te volgen met één andere persoon; of in een groep van 3 of meer personen (zo nodig met hoorapparaat).
Geluksbeleving
Mate waarin men zich gelukkig voelt. Onder geluk verstaat men een aangename toestand waarin men zijn wensen bevredigd ziet en vrede heeft met zichzelf en zijn omgeving.
Gezichtsbeperking
Grote moeite met of niet in staat zijn de kleine letters in de krant te lezen; of op een afstand van 4 meter het gezicht van iemand te herkennen (zo nodig met bril of contactlenzen).
Lichamelijke beperkingen
Problemen aan lichaamsdelen waardoor iemand gehinderd wordt in zijn handelingen en/of bewegingen. Deze beperkingen  kunnen ontstaan doordat lichaamsdelen niet volgroeid of beschadigd zijn (fysieke afwijkingen) of doordat lichamelijke functies verstoord zijn (functionele afwijkingen).
Mobiliteitsbeperking
Grote moeite of niet in staat een voorwerp van 5 kg, bijvoorbeeld een volle boodschappentas, 10 meter te dragen; bukken en iets van de grond te pakken; of 400 meter aan een stuk te lopen zonder stil te staan (zonodig met stok).
Psychische gezondheid
Het vermogen om te gaan met gedachten, emoties en mensen. Het gaat erom of iemand zich in veel situaties kan redden. Voor deze vaardigheid bestaan verschillende namen, zoals geestelijke gezondheid en mentaal welbevinden. Het vermogen om te gaan met gedachten, emoties en mensen. Het gaat erom of iemand zich in veel situaties kan redden. Voor deze vaardigheid bestaan verschillende namen, zoals geestelijke gezondheid en mentaal welbevinden.
Psychische klachten
Geestelijke problemen, hebben te maken met gevoelens, emoties en sentimenten.
Psychosociale gezondheid
Mate waarin iemand beschikt over het geestelijk vermogen en/of de sociale vaardigheden die nodig zijn om goed te kunnen omgaan met mensen en verschillende omstandigheden in het leven. Hieronder kunnen vallen: emotionele problemen (angst, teruggetrokkenheid, depressieve gevoelens, psychosomatische klachten), gedragsproblemen (agressief gedrag, onrustig gedrag en delinquent gedrag), hyperactiviteit (overbeweeglijkheid, rusteloosheid en impulsief gedrag, gebrek aan concentratie), problemen met leeftijdsgenoten (problemen die het kind heeft in het maken en onderhouden van het contact met anderen), en pro-sociaal gedrag (hulp bieden, vriendelijk zijn, delen, etc.). Jongeren worden gescreend op psychosociale gezondheid middels de SDQ vragenlijst (Strengths and Difficulties Questionnaire; zie http://www.sdqinfo.com/). Zowel sociaal-emotionele problemen als de sterke kanten van een kind worden in kaart gebracht.
SDQ
Strengths and Difficulties Questionnaire; een korte screeningslijst die psychische problematiek en vaardigheden bij kinderen van 3 tot en met 16 jaar meet.
Sociale eenzaamheid
Sociale eenzaamheid draait om minder contact hebben met andere mensen dan je wenst. Denk aan het missen van vrienden, kennissen of collega’s. Het sociaal netwerk schiet tekort.
Zelfredzaamheid
Zelfredzaamheid is het vermogen van iemand om voor zichzelf te zorgen. Men kan eigen problemen oplossen en gaat zelfstandig door het leven, ofwel weet zichzelf te redden.

Huiselijk geweld

AMK
Advies- en Meldpunt Kindermishandeling
GIA
Geweld in afhankelijkheidsrelaties
Geweld in afhankelijkheidsrelaties (GIA)
Geweld gepleegd door een persoon jegens een andere persoon in een relatie, waarbij het slachtoffer in een afhankelijke positie verkeert. Onder geweld in afhankelijkheidsrelaties vallen alle vormen van geweld in huiselijke kring.
HG
Huiselijk geweld
Huiselijk geweld
Geweld dat door iemand uit de huiselijke kring wordt gepleegd (gezinsleden, familieleden, ex-)partners, huisvrienden). Slachtoffers en daders van geweld kunnen zowel vrouwen, kinderen als mannen zijn.
Lichamelijk geweld
Mishandeld, geschopt of geslagen worden etc.
Ongewenste seksuele toenadering
Seksueel getinte opmerkingen, ongewenst aangeraakt, etc.
Psychisch of emotioneel geweld
Getreiterd, gekleineerd of uitgescholden worden etc.
Seksueel misbruik
Aangerand of verkracht worden
SHG
Steunpunt Huiselijk Geweld

Leefstijl

Alcoholgerelateerde ziekenhuisopnames
Als iemand in korte tijd veel alcohol drinkt, spreken we van comadrinken of comazuipen. In het ergste geval moeten comadrinkende kinderen worden opgenomen op de spoedeisende hulp vanwege alcoholintoxicatie waarbij zij zelfs het bewustzijn kunnen verliezen (het zogenoemde ‘alcoholcoma’). Sinds 2008 hebben ziekenhuizen in Zuid-Limburg een alcoholpoli, waar comadrinkende jongeren die opgenomen worden terechtkomen voor behandeling, maar ook worden benaderd voor verdere begeleiding.
Amfetamine
Amfetamine (in straattaal ook wel speed genoemd) is een synthetische drug. Het gebruik is geestelijk verslavend. Amfetamine werkt stimulerend en bevordert aldus slapeloosheid. Daarnaast vermindert het de lust tot eten of drinken.
Beeldschermtijd
De tijd die besteed wordt aan kijken naar een beeldscherm, zoals computer, tablet, mobiele telefoon en tv. Kinderen van 4 tot 17 jaar krijgen het advies niet langer dan twee uur per dag te computeren en/of televisie/dvd te kijken.
Beweegnorm
Richtlijn opgesteld door de Gezondheidsraad, die voorschrijft dat volwassenen minstens vijf dagen per week een half uur per dag matig intensief moeten bewegen
Binge drinken
5 of meer alcoholische drankjes gedronken tijdens één gelegenheid (bijvoorbeeld op een feestje of op één avond).
BMI
Body Mass Index
BOA
Buitengewoon opsporingsambtenaar
CJG
Centrum voor Jeugd en Gezin
Cocaïne
Harddrug gewonnen uit de bladeren van de cocaplant. Het stimuleert het centraal zenuwstelsel en onderdrukt het hongergevoel. Cocaïne wordt in het uitgaanscircuit meestal door de neus geïnhaleerd.
Commerciële beschikbaarheid alcohol
Jongere kan zelf alcohol kopen.
Commerciële beschikbaarheid tabak
Jongere kan zelf tabak kopen.
DGSG
De Gezonde School en Genotmiddelen
EZN
Elektronische sigaretten zonder nicotine
Fitnorm
Richtlijn opgesteld door de Gezondheidsraad, die voorschrijft dat volwassenen minstens drie dagen per week minimaal 20 minuten zwaar intensief moeten bewegen
Gezond voedingspatroon
Meer groente en fruit, volkorenproducten, peulvruchten, noten en vis dragen voor de gemiddelde consument bij aan het voorkomen van ziekten, net als het beperken van de consumptie van rood en bewerkt vlees, zout en alcohol. Verder is het verstandig om geen boter en harde margarines te gebruiken maar zachte margarines, vloeibare vetten en plantaardige oliën en om suikerhoudende dranken in te wisselen voor dranken zonder suiker: thee, gefilterde koffie en water. De zuivelconsumptie kan gemiddeld hetzelfde blijven. Voedingssupplementen zijn alleen nuttig voor specifieke groepen. (Gezondheidsraad, 2015).
GGDGHOR
Gemeentelijke Gezondheidsdienst Geneeskundige Hulpverleningsorganisatie
GHB
GHB wordt in Nederland meestal verkocht als kleurloos drankje in een plastic buisje, of heel soms als poeder. Veel mensen krijgen van GHB een rustig, warm gevoel: verdoofd en aangeschoten bij lagere doseringen, en dronken bij hoge doseringen. Voor andere mensen zorgt het voor een opgewekte stemming, zij worden praterig. In de meeste gevallen vermindert het angsten en remmingen. GHB werd vroeger gebruikt als narcosemiddel en als middel voor slaapstoornissen. GHB wordt gemaakt van GBL (= schoonmaakmiddel) en natronloog (gootsteenontstopper).
Hasj/wiet
Een softdrug die wordt gewonnen uit de hennepplant. Populair is het roken van een mengeling van verkruimelde hennepbloesem en tabak in een gerold sigarettenblaadje ("joint").
Heroïne
Heroïne is een harddrug die wordt gemaakt uit papaver. Heroïne wordt meestal ingenomen door middel van inhaleren van de damp (chinezen). De heroïne wordt als poeder op een stukje aluminiumfolie verhit waardoor de heroïne smelt en daarna in dampvorm overgaat. Die damp wordt vervolgens door een rietje ingeademd.  Het stimuleert het centraal zenuwstelsel en onderdrukt het hongergevoel.
JGZ
Jeugdgezondheidszorg
Lachgas
De scheikundige naam voor lachgas is distikstofmonoxide. Lachgas wordt soms gebruikt als verdovingsmiddel bij operaties en recreatief als roesmiddel. Er is wel een verschil tussen de gassen voor deze twee toepassingen. Het eerste is lachgas gemaakt voor medicinaal gebruik en wordt vermengd met pure zuurstof. Het voldoet aan de eisen voor menselijke consumptie. Het tweede is niet vermengd zuurstof en voor industrieel gebruik bestemd. Dit hoeft dus niet te voldoen aan eisen voor menselijke consumptie en is relatief sterker. Rond de jaren '90 kon je op party’s soms ballonnen gevuld met lachgas kopen. Daarna was het lang weg van de markt. Tegenwoordig zie je het gebruik weer terug op (thuis) feestjes. Lachgas is als gas voor diverse doeleinden in patronen en cilinders verkrijgbaar.
LSD
LSD (lysergeenzuurdiethylamide) behoort tot de groep hallucinogenen en is een bewustzijnveranderend middel. Het is een half-chemisch tripmiddel, dat afkomstig is van een natuurlijke schimmelsoort. LSD is een reukloze, kleurloze en smaakloze vloeistof en wordt meestal op een papiertje gedruppeld (papertrip). Soms wordt het ook als tablet verkocht (microdots).
Meeroken
Het blootgesteld worden aan tabaksrook in de omgeving, zonder dat je zelf rookt.
Nederlandse Norm Gezond Bewegen (NNGB) voor 4- tot 17-jarigen
Minimaal één uur matige lichamelijke activiteit, waarbij minimaal twee keer per week kracht-, lenigheid- en coördinatieoefeningen worden gedaan voor het verbeteren of handhaven van de lichamelijke fitheid.
Nieuwe norm alcohol
Overmatig alcoholgebruik, waarbij de grens ligt op meer dan 14 glazen alcohol per week voor mannen, en meer dan 7 glazen alcohol per week voor vrouwen.
Nieuwe richtlijn
Aanbeveling van de Gezondheidsraad om dagelijks 200 gram groente en 200 gram fruit te eten. Het dagelijks nuttigen van 400 gram groenten en fruit leidt tot een verlaging van de bloeddruk en hangt samen met een lager risico op coronaire hartziekten en beroerte, diabetes en darm- en longkanker. (Gezondheidsraad, 2015)
NVWA
Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit
Obesitas
Ook wel ernstig overgewicht genoemd; hiervan is sprake als iemand een BMI heeft van 30 of hoger (BMI is een maat voor het gewicht in verhouding tot lichaamslengte)
Oude norm alcohol
Overmatig alcoholgebruik, waarbij de grens ligt op meer dan 21 glazen alcohol per week voor mannen, en meer dan 14 glazen alcohol per week voor vrouwen
Oude richtlijn
Aanbeveling van de Gezondheidsraad om dagelijks 150 tot 200 gram groente en 200 gram fruit te eten.
Overgewicht
Hiervan is sprake als iemand te zwaar is, en een BMI heeft van 25 of hoger. BMI is een maat voor het gewicht in verhouding tot lichaamslengte.
Paddo’s
verzamelnaam voor verschillende soorten paddenstoelen met een bewustzijnveranderende of hallucinerende werking. Ze worden meestal gegeten. Er kan ook thee van worden gezet of ze kunnen worden verwerkt in een gerecht of bijvoorbeeld chocoladerepen.
Recent alcoholgebruik
In de afgelopen 4 weken tenminste 1 glas alcohol gedronken
RIVM
Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu
Shisha-pen
Een verdamper in de vorm van een pen die in allerlei kleuren en smaken verkrijgbaar is. De shisha-pen is een variant van de e-sigaret. Beide producten bootsen het roken van een sigaret na, maar bevatten geen tabak. Er wordt vloeistof verhit, waarvan de gebruiker de damp inademt.
SOA
Seksueel overdraagbare aandoening
Sociale afstand t.o.v. homoseksuelen
Afstand in figuurlijke zin die iemand voelt voor iemand die homoseksueel is. Dit kan zich uiten in weerstand om iemand beter te leren kennen of belangstelling te tonen, bereid zijn hulp te vragen of hulp te geven.
Sociale beschikbaarheid alcohol
Jongere kan alcohol krijgen via familie/vrienden.
Sociale beschikbaarheid tabak
Jongere kan tabak krijgen via familie/vrienden.
XTC
Ecstasy of XTC is de straatnaam voor pillen of poeders die onder meer de stof MDMA (methyleendioxymethamfetamine) bevatten. De effecten van MDMA zijn onder meer een gevoel van euforie, vergezeld van een ontspannen gevoel, empathie en energie.
Zware drinker
Iemand die minstens 1 keer per week 6 glazen of meer per dag drinkt (mannen) dan wel 4 glazen of meer per dag (vrouwen)
Zware roker
Iemand die 20 sigaretten of meer per dag rookt

Leefomgeving

Hinder
In welke mate men zich aan bronnen hindert, stoort of ergert wanneer men thuis is
Wegverkeer langzamer dan 50 km/u
Wegverkeer op wegen waar niet harder gereden mag worden dan 50 kilometer per uur, meestal binnen de bebouwde kom.
Wegverkeer sneller dan 50 km/u
Wegverkeer op wegen waar harder gereden mag worden dan 50 kilometer per uur, meestal buiten de bebouwde kom.

Onderwijs

Cyberpesten
Pesten via internet, bijvoorbeeld via social media als WhatsApp of Facebook. 
Pesten
Het gedrag waarbij iemand herhaald en gedurende langere tijd door anderen bejegend wordt op manieren die leiden tot fysieke verwonding en/of psychisch lijden. Dit kan variëren van woordgrapjes tot structureel geweld en afpersing.

Opvoeding

Eénoudergezin
Een gezin waarbij minimaal één minderjarig kind bij één ouder woont

Participatie

Acceptatie homoseksualiteit
Kan betrekking hebben op heel diverse aspecten. In het onderzoek van de GGD is dit bepaald met of men een vriendschap verbreekt als een vriend of vriendin zegt homoseksueel te zijn.
Discriminatie
Is het ongelijk behandelen, achterstellen of uitsluiten van mensen op basis van (persoonlijke) kenmerken. Er kan bijvoorbeeld onderscheid worden gemaakt naar afkomst, sekse, huidskleur, seksuele voorkeur, leeftijd, religie, handicap of chronische ziekte. De gezondheidsmonitor meet echter ervaren discriminatie. Het gaat er dan om wat mensen zelf als discriminatie ervaren en als zodanig benoemen, onafhankelijk van de gevolgen (men hoeft er dus geen nadeel van te ondervinden). Bij persoonlijk ervaren discriminatie gaat het erom dat mensen discriminatie ervaren ten aanzien van hen als persoon, vanwege een kenmerk (bv.: ik ben afgewezen in deze sollicitatieprocedure vanwege mijn leeftijd).
LHBT's
Lesbische vrouwen, homoseksuele mannen, biseksuelen en transgenders
Lokaal familie-afhankelijk netwerk
Netwerk wordt gekenmerkt door een kind (meestal een dochter) of familielid in het eigen huishouden of een afstand van 1,5 km, beperkt contact met buren en vrienden.
Lokaal geïntegreerd netwerk
Netwerk met intensieve contacten met familie, vrienden en buren in de naaste omgeving. Ouderen met dit type netwerk hebben goede contacten met de gemeenschap, sociale verbanden en onderlinge hulp zijn sterk. Veel vrienden zijn ook buren, meestal gebaseerd op een langdurig verblijf in dezelfde woonomgeving. Men bezoekt regelmatig bijeenkomsten van verenigingen, clubs of de kerk.
Lokaal gereserveerd netwerk
Een netwerk met onregelmatige contacten met minstens één familielid en nauwe relaties met buren. Men heeft hooguit wekelijks of maandelijks contact met familie en die familie woont die niet heel dichtbij.  Ouderen in deze groep bezoeken weinig bijeenkomsten van verenigingen, clubs of de kerk. Bij deze netwerken gaat het vaak om mensen die alleenstaand zijn, in een eenpersoonshuishouden zonder kinderen of broers en zussen.
Mantelzorg
Mantelzorg is alle hulp aan een hulpbehoevende door iemand uit diens directe sociale omgeving. Mantelzorgers zijn mensen die langdurig en onbetaald zorgen voor een chronisch zieke, gehandicapte of hulpbehoevende persoon uit hun omgeving. Dit kan een partner, ouder of kind zijn, maar ook een ander familielid, vriend of kennis (Mezzo, 2017)
Materiële deprivatie
Tekort aan middelen voor elementaire levensbehoeften en materiële goederen, leefstijldeprivatie, problematische schulden; betalingsachterstanden (met name woonlasten); geen mogelijkheden om geld te lenen.
Netwerk gericht op wijdere samenleving
Beperkt contact met verre familie, nadruk op contacten met vrienden en met buren. Bij een netwerk gericht op de wijdere samenleving woont de familie ver weg en heeft men vaker contacten met vrienden, kennissen of buren dan met de familie.
Normatieve integratie
Gaat over het niet naleven van centrale normen en waarden van de Nederlandse samenleving. Voorbeelden hiervan zijn gering arbeidsethos, geringe opleidingsbereidheid, niet stemmen, misbruik van sociale zekerheid, delinquent gedrag, afwijkende opvattingen over rechten en plichten van vrouwen/mannen.
Privacy gericht netwerk
Netwerk met familie op afstand en daarbij weinig contact, ook beperkt contact met vrienden, kennissen en buren en weinig tot geen deelname aan verenigingen, clubs en kerk.
Sociale contacten
Ontmoetingen, telefonische en schriftelijke contacten of e-mail contact met mensen die niet in hetzelfde huis wonen
Sociale grondrechten
Bestrijkt een divers aantal grondrechten waaronder een goede woning en medische zorg en discriminatie in het algemeen.
Sociale participatie
Richt zich op gevoelens van sociale en emotionele eenzaamheid en de frequentie van contact met buren of mensen in de straat.
Vrijwilligerswerk
Werk dat in enig georganiseerd verband onverplicht en onbetaald wordt verricht ten behoeve van anderen of de samenleving.
Werk
Betaalde arbeid, minimaal 1 uur of meer per week.

Positieve gezondheid

Ervaren gezondheid
Ervaren gezondheid, ook wel subjectieve gezondheid of gezondheidsbeleving genoemd, weerspiegelt het oordeel over de eigen gezondheid. Ervaren gezondheid is een samenvattende gezondheidsmaat van alle relevante gezondheidsaspecten voor de persoon in kwestie, en hebben vaak betrekking op zowel de lichamelijke als de geestelijke gezondheid. Voorbeelden zijn ziekten, lichamelijke beperkingen en handicaps, fitheid, vermoeidheid en depressieve gevoelens. Ook leefstijlfactoren, zoals voeding, roken en lichamelijke activiteit kunnen het oordeel over de eigen gezondheid mede bepalen: 'Ik wandel iedere dag, dus ik ben gezond' (Volksgezondheidenzorg.info, z.d.).
Kwaliteit van leven
Kwaliteit van leven is gemeten aan de hand van vijf vragen, zoals ‘Ik ben tevreden met mijn leven, alles bij elkaar genomen’ (Diener, 1985). Op deze vragen zijn vijf mogelijke antwoorden van ‘helemaal niet mee eens’ tot ‘helemaal mee eens’. Deze schaal staat bekend als de Satisfaction With Life Scale (SWLS).
MHC-SF
Mental Health Continuum-Short Form
Positieve psychische gezondheid
Positieve psychische gezondheid is gemeten met de Mental Health Continuum-Short Form (MHC-SF). Dit meetinstrument bestaat uit 14 vragen naar aspecten positieve geestelijke gezondheid. De MHC-SF is een zelfrapportage vragenlijst die positieve geestelijke gezondheid meet (Lamers, 2011). Het omvat drie kerncomponenten van welbevinden, namelijk emotioneel, psychologisch en sociaal welbevinden, die gezamenlijk de totale positieve geestelijke gezondheid weergeven.
Emotioneel welbevinden
Gaat om levenstevredenheid en positieve gevoelens zoals geluk, interesse en plezier in het leven. Een voorbeeld van een vraag is: ‘In de afgelopen maand, hoe vaak had u het gevoel dat u geïnteresseerd was in het leven?’ Psychologisch en sociaal welbevinden richten zich op het optimaal functioneren van mensen in plaats van op het ervaren van tevredenheid en geluk.
Psychologisch welbevinden
Concentreert zich op optimaal persoonlijk functioneren en bevat aspecten zoals autonomie en zelf-acceptatie. Een voorbeeld van een vraag is: ‘In de afgelopen maand, hoe vaak had u het gevoel dat uw leven een richting of zin heeft?’
Psychopathologie
De leer van de psychische ziekte (geestelijk en psychologisch) of lijden of van de handelingen en ervaringen die kunnen wijzen op een psychische ziekte of handicap. Waar de ziekte vooral de persoon betreft, kan het lijden op de persoon zelf en/of op de omgeving betrekking hebben
Regie over eigen leven
De beleving en het gevoel van hulpeloosheid in het omgaan met de problemen van het leven. Dit wordt bepaald met behulp van een zevental vragen, zoals ‘Ik voel me vaak hulpeloos bij het omgaan met de problemen van het leven’ en  ‘Ik heb weinig controle over de dingen die me overkomen’.
SWLS
Satisfaction With Life Scale
Initiatief
Het vermogen om ergens mee te beginnen in tegenstelling tot passief afwachten. Bijvoorbeeld de vraag: Hoe vaak neemt u het initiatief tot contact met de mensen om wie u veel geeft?
Investering
Het vermogen om ergens geld, tijd of energie aan te besteden zonder direct iets terug te verwachten. Een voorbeeld van een vraag is: Blijft u bezig met de dingen waar u goed in bent, zodat u er ook (heel) goed in blijft?
Multifunctionaliteit
Het vermogen om activiteiten te combineren en daarmee bij te dragen aan meerdere domeinen; dit betreffen vragen zoals: Anderen hebben baat bij de dingen die ik doe voor mijn plezier.
Perspectief zien
Een positieve toekomstverwachting hebben; zoals de vraag: Hoe vaak, als het
even iets minder gaat, lukt het u om positief te blijven denken?
Self-efficacy
Geloof in eigen kunnen. Een van de vragen is hier ‘Lukt het u om plezierige bezigheden te vinden?’
Variëteit
Het hebben van verschillende bezigheden en leuke contacten met verschillende andere mensen en daarmee meerdere mogelijkheden gebruiken om iets te bereiken. Bijvoorbeeld de vraag: Hoeveel hobby’s of vaste bezigheden heeft u?
Zelfmanagement
Hierbij gaat het om vaardigheden van mensen voor hun zelfredzaamheid. Deze vaardigheid wordt meestal tot uitdrukking gebracht in een gemiddelde score. Voor elk onderdeel van zelfmanagement is de minimum score 1 en de maximum score 6. De totaalscore voor zelfmanagementvaardigheden is daarnaast ook verdeeld over drie categorieën: veel, gemiddeld en weinig. Er zijn zes deelaspecten: initiatief, investering, multifunctionaliteit, perspectief zien, self-efficacy en variëteit.

Vrijetijdsbesteding

Problematisch gamen
Langdurig computerspelletjes spelen, waarbij het niet lukt om te stoppen of minder te spelen. Het aantal uren per dag of per week dat men gamet is op zichzelf niet voldoende om vast te stellen of er sprake is van een probleem. Problematisch gamen van jongeren hangt samen met verlaagde schoolprestaties en vaak met depressieve gevoelens, maar ook met eenzaamheid en een negatief zelfbeeld. Soms is het niet duidelijk wat oorzaak en wat gevolg is bij het problematische gebruik van games.
Problematisch gebruik social media
Langdurig gebruik van social media waarbij het internetgedrag niet onder controle gehouden kan worden. Symptomen zijn een gebrekkig functioneren in het dagelijks leven, en voortdurend in gedachten bezig zijn met het internet.
Social media
Een verzamelnaam voor alle internettoepassingen waarmee het mogelijk is om informatie met elkaar te delen op een gebruiksvriendelijke en vaak leuke wijze. Het betreft niet alleen informatie in de vorm van tekst (nieuws, artikelen). Ook geluid (podcasts, muziek) en beeld (fotografie, video) worden gedeeld via social media websites.

Zelfredzaamheid

HDL
Huishoudelijke dagelijkse levensverrichtingen zoals bijvoorbeeld het wassen van kleding en koken.
Initiatief
Het vermogen om ergens mee te beginnen in tegenstelling tot passief afwachten. Bijvoorbeeld de vraag: Hoe vaak neemt u het initiatief tot contact met de mensen om wie u veel geeft?
Investering
Het vermogen om ergens geld, tijd of energie aan te besteden zonder direct iets terug te verwachten. Een voorbeeld van een vraag is: Blijft u bezig met de dingen waar u goed in bent, zodat u er ook (heel) goed in blijft?
Multifunctionaliteit
Het vermogen om activiteiten te combineren en daarmee bij te dragen aan meerdere domeinen; dit betreffen vragen zoals: Anderen hebben baat bij de dingen die ik doe voor mijn plezier.
Perspectief zien
Een positieve toekomstverwachting hebben; zoals de vraag: Hoe vaak, als het even iets minder gaat, lukt het u om positief te blijven denken?
Regie over eigen leven
De beleving en het gevoel van hulpeloosheid in het omgaan met de problemen van het leven. Dit wordt bepaald met behulp van een zevental vragen, zoals ‘Ik voel me vaak hulpeloos bij het omgaan met de problemen van het leven’ en  ‘Ik heb weinig controle over de dingen die me overkomen’.
Self-efficacy
Geloof in eigen kunnen. Een van de vragen is hier ‘Lukt het u om plezierige bezigheden te vinden?’
Variëteit
Het hebben van verschillende bezigheden en leuke contacten met verschillende andere mensen en daarmee meerdere mogelijkheden gebruiken om iets te bereiken. Bijvoorbeeld de vraag: Hoeveel hobby’s of vaste bezigheden heeft u?
Zelfmanagement
Hierbij gaat het om vaardigheden van mensen voor hun zelfredzaamheid. Deze vaardigheid wordt meestal tot uitdrukking gebracht in een gemiddelde score. Voor elk onderdeel van zelfmanagement is de minimum score 1 en de maximum score 6. De totaalscore voor zelfmanagementvaardigheden is daarnaast ook verdeeld over drie categorieën: veel, gemiddeld en weinig. Er zijn zes deelaspecten: initiatief, investering, multifunctionaliteit, perspectief zien, self-efficacy en variëteit.
Zelfredzaamheid
Zelfredzaamheid is het vermogen van iemand om voor zichzelf te zorgen. Men kan eigen problemen oplossen en gaat zelfstandig door het leven, ofwel weet zichzelf te redden.

Zorg

Mantelzorg
Mantelzorg is alle hulp aan een hulpbehoevende door iemand uit diens directe sociale omgeving. Mantelzorgers zijn mensen die langdurig en onbetaald zorgen voor een chronisch zieke, gehandicapte of hulpbehoevende persoon uit hun omgeving. Dit kan een partner, ouder of kind zijn, maar ook een ander familielid, vriend of kennis (Mezzo, 2017)
Welzijnsvoorzieningen
Collectieve basisvoorzieningen en -diensten die toegankelijk zijn voor een breed publiek en bijdragen aan het in stand houden of vergroten van de zelfstandigheid van mensen en van hun deelname aan de maatschappij.
Zorgmijden
Het bewust niet naar de huisarts gaan met een gezondheidsklacht en/of advies van de huisarts niet opvolgen (bijv. recept voor geneesmiddelen, verwijzing naar medisch specialist.
contact